Blog: Bullebak

We hebben net een melding gekregen over een vechtpartij in de wijk. Buren hadden 112 gebeld omdat een man op straat ruzie stond te maken met een vrouw. Hij sloeg met zijn vuisten tegen de deur van een portiek.
Op het moment dat wij aankomen, staat hij nog steeds te tieren en te zwaaien met zijn armen. Hij is boos, laaiend! We proberen een gesprek met hem aan te knopen, maar er is geen enkele redelijkheid bij hem te bekennen. Ook zijn vriendin doet haar best om hem rustig te krijgen, maar zonder enig succes. Het lijkt erop dat hij hierdoor alleen maar kwader wordt. We besluiten de twee even te scheiden, vaak helpt dat. Mijn maatje gaat met de vriendin van de man in gesprek en ik probeer de man zelf te bereiken.
Heel langzaam wordt de man rustiger. Met een rood hoofd en hard pratend begint hij te vertellen. Gebarend met zijn armen en nog steeds hard pratend probeert hij zijn verhaal te doen. Hoe meer hij vertelt, hoe rustiger hij wordt. Hij vertelt dat hij ruzie kreeg met de vader van zijn vriendin en dat het nogal hoog was opgelopen. Hij was uiteindelijk de woning uit gegaan en had de deur met een smak dichtgegooid. Buiten had de eerste de beste vuilnisbak het moeten ontgelden. Die vuilnisbak was flink ontzet door een trap die de man er tegen had gegeven.
De man wordt langzaam wat rustiger en ik kan hem wat vragen stellen. Dan vertelt hij verder. Een aantal jaar geleden reed zijn toenmalige vrouw op een provinciale weg samen met zijn twee kinderen. Door onbekende reden kwam zij op de verkeerde weghelft terecht en botste frontaal op een vrachtauto. De gevolgen waren dramatisch. Zijn vrouw en een van zijn kinderen waren op slag dood. Het andere kind was zwaar gewond.
Ik herken het verhaal, want collega’s van mijn toenmalige bureau waren betrokken geweest bij de afhandeling van deze aanrijding. Een aanrijding met veel impact. Nu sta ik, jaren later, tegenover deze man en ik weet even niet wat ik moet zeggen. Ik vertel hem dat ik het incident ken.
Terwijl we langer in gesprek zijn, noteer ik ondertussen zijn naam van zijn rijbewijs in mijn boekje. Ik vraag hem waarom hij nu zo boos is. De man kijkt mij aan en ik zie de tranen over zijn wangen lopen. Ik hoor hem heel zacht en snikkend zeggen: ‘Vandaag…. Vandaag heb ik mijn andere zoon begraven. En nu heb ik niets meer! En niemand begrijpt me! Ze snappen er geen hol van!’
Ik doe mijn boekje dicht. Ik wil niet verder noteren. Ik kijk de man aan en zeg: ‘Gecondoleerd. Ik weet even niet wat ik moet zeggen.’ Daarna raken we toch nog een tijdje in gesprek. En uiteindelijk nemen we afscheid. Ik wens de man heel veel sterkte in de komende periode.
Ik heb het incident wel in het politiesysteem gezet, maar we hebben er verder niks meer mee gedaan. Ook niet met de vernieling van de vuilnisbak. Deze man had wel even iets anders aan zijn hoofd. En dat was niet die vuilnisbak.
04 november 2016 – Arthur van der Vlies
%d bloggers liken dit: